De leerjaren op een rij
Iedere leerling krijgt het schooltype dat bij hem of haar past. Leerlingen zijn allemaal verschillend. We houden daar rekening mee. De leerlingen hebben in de eerste twee jaar dezelfde klas en dezelfde mentoren. Aan het einde van het tweede schooljaar stromen de leerlingen op grond van hun resultaten door naar vmbo-t of naar een 3-vwo- of 3havo-klas die voorbereidt op de tweede fase.
Het eerste en tweede leerjaar
Voor de eerste twee leerjaren wordt een leerling toegelaten tot een vmbo-t / havo- of tot een havo / vwo-klas. Het advies van de basisschool in combinatie met de cito-score of een andere toets bepalen de toelating tot een t / h-klas of een h / v-klas. Alle scholen voor voortgezet onderwijs in het Gooi gebruiken dezelfde normen voor toelating.
Het derde leerjaar
Aan het einde van het tweede leerjaar worden de leerlingen bevorderd naar 3-t, 3-havo of 3-vwo. Dit betekent dat een leerling dan veel nieuwe klasgenoten krijgt en tenminste één andere mentor.
De theoretische leerweg van het vmbo (het vmbo-t)
Derde leerjaar vmbo-t
In het derde leerjaar worden alle vakken gegeven, die ook in de tweede klas worden gegeven. Wel moeten leerlingen een keuze maken uit de vakken Frans, Techniek en Nask. Zij moeten twee van deze drie vakken kiezen. Daarnaast zijn er twee nieuwe vakken: LOB en CKV. O.a. om de keuze van de vakkenpakketten goed te kunnen begeleiden zijn er in de derde klas twee mentoruren. Aan het eind van de derde klas wordt een begin gemaakt met het sectorwerkstuk, dat in de vierde klas met een voldoende presentatie afgerond moet worden.
Vierde leerjaar vmbo-t
De leerlingen volgen theoretisch onderwijs dat primair bedoeld is voor doorstroming naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en in tweede instantie naar de havo. Voor alle leerlingen zijn Nederlands, Engels, Maatschappijleer, Lichamelijke Opvoeding en LOB verplichte vakken. Een leerling kiest een van de vier sectoren: techniek, zorg & welzijn, economie of landbouw. Bij elke sector horen twee vakken. Daarnaast volgt een leerling nog twee algemene vakken naar keuze. In totaal staan er dus negen vakken op het programma.
De tweede fase
De bovenbouw van havo en vwo wordt de tweede fase genoemd. Het onderwijsprogramma in de tweede fase is opgebouwd uit drie delen: het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het vrije deel.
Onder het gemeenschappelijk deel, dat alle leerlingen volgen, vallen de vakken Nederlands, Engels, Culturele en Kunstzinnige Vorming, Maatschappijleer, Lichamelijke Opvoeding en op het vwo ook nog Algemene Natuurwetenschappen.
Het profieldeel wordt bepaald door de profielkeuze. De vier profielen zijn cultuur & maatschappij, economie & maatschappij, natuur & gezondheid en natuur & techniek. Met de vakken in het profiel kan de leerling zich goed voorbereiden op een bepaalde studierichting of een beroep.
Tenslotte is er het vrije deel, waarbinnen een leerling een eigen keuze maakt uit vakken. In de vrije ruimte wordt op het havo ook het vak Management en Organisatie aangeboden. Bovendien kunnen alle leerlingen het kunstvak BV3 (in de vernieuwde tweede fase het vak Kunst genoemd) kiezen.